Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis

Replieken op de lezing van Bert Keizer:Kennis en kunde zijn niet meer genoeg om vandaag en morgen dokter te zijn

20 december 2018, door Otto Bleker, hoogleraar gynaecologie en verloskunde
1
/
1

De opleidingen tot huisarts en medisch specialist waren vroeger voldoende om het vak volledig uit te oefenen en ‘post-graduate’- onderwijs was nog niet aan de orde. Inmiddels verandert de kennis en kunde van het vak dusdanig snel, dat deze opleidingen slechts globaal kunnen zijn en dat verplicht levenslang leren een vanzelfsprekende ontwikkeling is geworden. Inmiddels is ook duidelijk geworden dat medische kennis en kunde niet voldoende zijn om het vak met genoegen en zonder problemen uit te oefenen. Klachten tegen dokters gaan meestal niet over fouten, maar over slechte communicatie. Het vanzelfsprekende respect voor dokters en andere autoriteiten is verdwenen en respect moet worden verdiend.

Deze ontwikkelingen zijn niet alleen in ons land, maar ook internationaal opgemerkt. De nieuwe tijd vraagt nieuwe dokters. In die context is het Canadese model Canmeds-2000 heel goed ontvangen. Het medisch handelen, toegerust met de benodigde actuele kennis en wetenschap, blijft centraal, maar de nieuwe dokter heeft ook andere vaardigheden nodig: kunnen samenwerken, kunnen communiceren, begrip hebben voor de maatschappelijke context, niet alleen van de patiënt, maar ook van de geneeskunde zelf, professionaliteit etc. Omdat kennis en kunde voortdurende veranderen is er in de opleiding ruimte gekomen om deze ‘nieuwe’ vaardigheden te verwerven en te onderhouden.

Een voorbeeld kan zijn, dat ik relatief laat in mijn loopbaan heb geleerd ‘hoe om te gaan met iemand in stress’ en het nog steeds betreur die vaardigheid niet eerder te hebben gehad; het had me een hoop problemen bespaard en, wat belangrijker is, het was beter voor de patiënten geweest ook. Een ander voorbeeld is, dat mede door het werk van John Ioannidis duidelijk geworden is geworden, dat onze Evidence Based Medicine lang niet zo betrouwbaar is als we willen denken. Ook kunnen omzien en durven te relativeren behoort daarom tot die nieuwe vaardigheden. Een derde voorbeeld is dat het gesprek van de arts met de patiënt, ook in moeilijke- of zelfs hopeloze omstandigheden, weer de tijd en de aandacht dient te krijgen, dat het verdient.

Onze collegae in het verre verleden hadden veel minder te bieden dan wij, maar wisten meer van de omgang met de patiënt. De gelukkige omstandigheid doet zich voor, dat er in de nieuwe onderwijs- en opleidingsplannen ruimte komt voor de ‘humaniora’, zoals filosofie en geschiedenis. De arts van morgen, die de geschiedenis van het vak kent, kan een betere arts zijn.

1
/
1
Otto Bleker