Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis

Hoe een virus ongenadig kan toeslaan

31 augustus 2020, door Jan Nassy
1
/
1

 

Dit boek [1] kreeg ik in handen via de uitgeverij. Mijn vorige recensie vond men mooi, dus vandaar.

Het colofon leerde me dat het hier ging om de bewerking van een eerder dit jaar verschenen Engelstalige editie met een derde auteur en een wat bloemrijker titel.[2]

Corona & Co was bedoeld “als publieksuitgave in relatie tot COVID-19”.

 

Hoe zal ik u mijn leeservaring beschrijven?

 

De eerste 42 bladzijden kom ik nog vlot door, met op pagina 19 één struikelzinnetje:

 

Een virus is een infectieuze eenheid. Het is een intracellulaire parasiet die is gedwongen om zich te vermenigvuldigen.

 

Gedwongen? Door wie?

Maar vanaf bladzij 43 wordt het echt moeizaam hoekig proza.

 

Hoofdstuk 2 eindigt met deze onnavolgbare passage:

 

Omdat deze agentia onzichtbaar waren, konden ze pas worden gekarakteriseerd door de ontwikkeling van speciale instrumenten en methoden. Dit waren de handvatten bij het ontstaan van de moleculaire biologie. Aldus deden virussen de eerste voorzichtige stappen in de wereld van de biofysica en de biochemie. Het was deze interdisciplinaire aanpak die na de Tweede Wereldoorlog zo succesvol zou worden, dat het zou leiden tot de ‘revolutie’ van de moleculaire biologie. En dat leidde weer tot een definitieve verankering van de natuurwetenschappen in de geneeskunde.

 

Ars Brevis, zullen we maar zeggen. Maar het kan nog erger:

 

(p. 46) Compartimentering van de biosynthese van nucleïnezuren.

Janssen – wiens ideeën eveneens zeer weinig historische aandacht hebben getrokken omdat hij nauwelijks internationaal heeft gepubliceerd – was een van de eerste onderzoekers die een compartimentering van de biosynthese van cellulaire moleculen heeft geopperd, namelijk van DNA in de kern en RNA als machine naar het cytoplasma. Hij nam aan dat de thymose-bevattende machinefabrieken in de kern ribose-bevattende machines produceren die naar het cytoplasma worden getransporteerd, waar ze op hun beurt de verschillende eiwitten met celproducten maken. In het geval van een virus-geïnfecteerde cel wordt de vergiftigde thymose-houdende kernmachine sectie beschadigd, wat resulteert in gemodificeerde machines in het cytoplasma die niet langer in staat zijn om de normale eiwitcelproducten te produceren.

 

(p. 197 onder het kopje “Pepscan en combinatorische chemie”): De eerste stappen werden gezet door de ontwikkeling van procedures voor snelle gelijktijdige synthese op vaste dragers van honderden peptiden (moleculen die bestaan uit een klein aantal met elkaar verbonden aminozuren), die van voldoende zuiverheid waren om te reageren in een enzymgekoppelde immunosorberende bepaling. Drie punten waren van belang voor het enorme succes van de techniek: de geautomatiseerde productie van synthetische peptiden, de high-throughputscreening met behulp van checkerboard arrays, en de combinatorische aanpak. Epitoopmapping wordt uitgevoerd door gebruik te maken van lange reeksen elkaar overlappende synthetische peptiden van een bepaalde eiwitsequentie; elke mogelijke epitoop wordt afzonderlijk getest. De Pepscan-methode maakt een snelle definitie van de bioactieve bindingsplaatsen mogelijk, bijvoorbeeld epitopen van B- en T-cellen. De superioriteit van de methode ten opzichte van alle andere beschikbare benaderingen blijkt uit de eerste definitie van de belangrijkste neutraliserende plaats van hiv en vervolgens van B- en T-celepitopen van andere agentia.

 

Bent u er nog?

 

Al die terminologie zonder uitleg, terwijl bij “epitheelcel” op p. 52 “een cel in het dekweefsel” staat en bij mammatumoren: mamma is Latijn voor borst (p. 234)!

Al dat omslachtige mechanische blikken proza dat (met uitzondering van het eerste en het laatste hoofdstuk) maar geen leerzame vertelling wil worden!

Een fotokatern van 32 ongenummerde bladzijden met foto’s zonder verwijzing naar de bijbehorende tekstpagina!

 

Wat is hier gebeurd?

 

Omdat ik de buitengewoon aimabele Gerard van Doornum nog van vroeger ken, vraag ik hem om een exemplaar van het oorspronkelijke Engelstalige werk, Leeuwenhoek’s Legatees and Beijerinck’s Beneficiaries. A History of Medical Virology in The Netherlands

Een dag later ontvang ik het al per post, met een uitgebreide toelichting per e-mail.

De Nederlandse uitgave was een idee van de uitgever. Vertalen, inkorten, populariseren en aanvullen met een slothoofdstuk over Covid-19: Ga er maar aanstaan in drie maanden tijd!

Het meeste werk werd gedaan door een vertaalmachine (DeepL) en een freelance redacteur, Gerard en Ton schreven zelf de inleiding en het laatste hoofdstuk.

 

 

Met alle respect voor de auteurs: De hersenloze vertaalmachine blijft – met uitzondering van begin en eind van het boek – treiterend aanwezig in de tekst en de redacteur was daar kennelijk niet tegen opgewassen.

 

Het niet aanschaffen van dit boek bespaart u een hoop ergernis.

 

En wilt u zich toch verdiepen in Nederlandse virologiegeschiedenis geef dan drie tientjes meer uit en bestel het mooi gebonden, adequaat geïllustreerde en beter (nl. echt!) geschreven Engelstalige origineel.

Dat is tenminste een grondige, goed leesbare en rijkgeschakeerde geschiedenis, waarmee men de auteurs gerust kan complimenteren!

 

Historisch tipje voor een 2e druk:

Het palindroom van Kluyver (1937) bij hoofdstuk 3 (On the fringes) moet zijn: ‘s Levens nevels en het citaat boven hoofdstuk 7 (Dutch virology in the tropics) is niet van Johannes Bontius, maar van zijn broer Jacobus (1592-1631).

 

 

Jan Nassy,

20 aug. 2020

 

 

[1] Gerard van Doornum en Ton van Helvoort: Corona & Co. Een eeuw onderzoek naar virussen in Nederland.

ISBN 9789462495050. Prijs: € 19,99. Uitgever: Walburg Pers, Zutphen, juli 2020.

[2] Gerard van Doornum, Ton van Helvoort, Neeraja Sankaran: Leeuwenhoek’s Legatees and Beijerinck’s Beneficiaries, A History of Medical Virology in The Netherlands. Amsterdam University Press B.V., (Amsterdam 2020)

1
/
1