Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis

Een nieuw Leerboek Medische Geschiedenis

12 januari 2018, door Frank Huisman, UMC Utrecht, div. Julius Centrum
1
/
3

Op 20 april j.l. werd in Utrecht het nieuwe Leerboek medische geschiedenis gepresenteerd. Het leerboek werd geredigeerd door Harry Hillen, Eddy Houwaart en ondergetekende en gepubliceerd door Bohn Stafleu van Loghum, de hofleverancier van medische leerboeken in Nederland. Het boek bevat 17 hoofdstukken – geschreven door 14 collega’s uit binnen- en buitenland – en beoogt aan te sluiten bij de nieuwe opvattingen over medisch onderwijs. Het volgt de door McMaster University geformuleerde CanMED competenties en hoopt te preluderen op het nieuwe Raamplan Artsopleiding dat in 2019 verschijnt. Het initiatief voor het leerboek werd genomen door de Interfacultaire Werkgroep Onderwijs & Onderzoek Medische Geschiedenis, voorheen een commissie van de Nederlandse Vereniging Medische Geschiedenis.

 

Prof. Peter de Leeuw (voorzitter van de Stichting Historia Medicinae) en Drs Reina de Raat (voorzitter van de Nederlandse Vereniging Medische Geschiedenis) namen het eerste exemplaar van het leerboek in ontvangst

 

Inzicht in de hoofdlijnen van de medische geschiedenis is opgenomen als verplichte eindterm van het medisch onderwijs in het Raamplan Artsopleiding (2009); wij menen terecht. Immers: zoals de persoonlijke herinneringen van een individu bepalend zijn voor zijn of haar identiteit en functioneren, zo is kennis van het verleden van een discipline belangrijk voor het functioneren van een professie. Wie het verleden kent zal niet snel in dezelfde fouten vervallen; wie de worstelingen en de keuzes die door voorgangers zijn gemaakt werkelijk tot zich laat doordringen, wordt erdoor verrijkt.

Lange tijd is medische geschiedenis vooral ideeëngeschiedenis geweest, met uitsluitende aandacht voor geniale denkers, van Hippocrates tot Watson en Crick. Het was daarmee ook vooruitgangsgeschiedenis, met het heden als voorlopig hoogte- en eindpunt. De Zwitsers-Amerikaanse arts en medisch-historicus Henry Sigerist (1891-1957) brak voor het eerst met die benadering. Grote mannen en geniale ideeën waren volgens hem zeker interessant, maar slechts een deel van het verhaal. Volgens Sigerist moest de medische geschiedenis niet alleen aandacht hebben voor de geschiedenis van de medische wetenschap, maar ook voor de relatie tussen arts en patiënt, voor die tussen medische professie en de staat en voor vele andere maatschappelijke factoren die van invloed zijn op de gang van zaken in de gezondheidszorg. Er moest, kortom, niet alleen aandacht zijn voor de inhoud van wetenschap, maar ook voor de context waarin die tot stand kwam en functioneerde. Onder zijn invloed breidde de medische geschiedenis zich uit tot sociale en cultuurgeschiedenis.

De nieuwe benadering van de medische geschiedenis sluit goed aan bij de behoeften van deze tijd, waarin de geneeskunde en de gezondheidszorg enorme veranderingen doormaken. De Britse medisch-historicus Roy Porter (1946-2002) heeft gewezen op de paradoxen in ons stelsel: enerzijds zijn we gezonder dan ooit, anderzijds zijn we meer dan nooit gepreoccupeerd met onze gezondheid. Enerzijds zijn er wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen, anderzijds staat de arts-patiëntrelatie onder druk en is sprake van voortdurend groeiende kosten in de zorg. Nu de vele infectieziekten die de mensheid eeuwenlang hebben geteisterd min of meer onder controle zijn, worden we geconfronteerd met een nieuwe uitdaging: chronische en degeneratieve ziekten. Eeuwenlang was de geneeskunde onmachtig en dus onproblematisch, aldus Porter: iedereen boog voor de dood. Naarmate de geneeskunde echter aan inzicht en kracht won groeiden ook de problemen en het ongemak. Volgens Porter is de geneeskunde de gevangene geworden van haar eigen succes. Als gevolg van de vele doorbraken van de afgelopen eeuw zijn de verwachtingen voor de toekomst hooggespannen. Maar kan de geneeskunde aan die verwachtingen voldoen? Wat zijn eigenlijk haar doelen, en hoe dienen die te worden bereikt? En wie beslist daarover?

 

De paradoxen die Porter signaleert en de vragen die hij stelt kunnen niet worden opgelost door het doen van nog meer biomedisch onderzoek en technologische innovatie. Ze kunnen alleen tot klaarheid worden gebracht door een reflectie op de grondslagen van de geneeskunde en het stelsel. Met die reflectie kan de toekomstige arts niet vroeg genoeg beginnen. Van de moderne arts wordt immers verwacht dat hij of zij zich toetsbaar opstelt en zijn of haar handelen met doordachte en doorleefde argumenten kan onderbouwen. De auteurs van het leerboek zijn ervan overtuigd dat de medische geschiedenis een belangrijke bijdrage aan die reflectie kan leveren. Medische geschiedenis leert nadenken over de doelen, successen, tegenslagen en beperkingen van de geneeskunde. Leidende vragen van ons leerboek zijn daarom: hoe is in de loop van de tijd gereageerd op bedreigingen van de volksgezondheid? (de antwoorden worden gegeven in deel 1) Waar, hoe en door wie werd de daartoe benodigde kennis verworven? (deel 2) Hoe werd die kennis in de praktijk gebracht? (deel 3) Bij wie ligt eigenlijk de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg? (deel 4) Wat kunnen we leren van het verleden?

Het Leerboek medische geschiedenis biedt studenten geneeskunde en gezondheidswetenschappen een overzicht van zowel de wetenschappelijke als de maatschappelijke ontwikkelingen van de geneeskunde en de doorwerking daarvan in de moderne gezondheidszorg. We hebben daarom niet gekozen voor een chronologische en naar volledigheid strevende opzet, maar voor een thematische. Ook is gekozen voor een accent op de afgelopen 250 jaar met aandacht voor relevante ontwikkelingen in Nederland. Deze thematische opbouw past bij de moderne visie op de medische geschiedenis. In vier delen (‘Ziekte’, ‘Kennis’, ‘Dokter en patiënt’ en ‘Maatschappij en gezondheidszorg’) wil het leerboek een kader bieden voor reflectie op de huidige medische praktijk. Ieder hoofdstuk begint met een eigentijdse casus, die beoogt de student gevoelig te maken voor de in dat hoofdstuk behandelde thematiek. Per hoofdstuk zijn competenties, leerdoelen en leervragen geformuleerd, waarmee boek hoopt aan te sluiten bij het competentiegerichte onderwijs en het nieuwe Raamplan Artsopleiding (2019). In het najaar verschijnt overigens een gebonden en nog rijker geïllustreerde editie van het boek.

 

Tijdens het symposium op 20 april was – gewoontegetrouw – eerst aandacht voor medisch-historisch onderzoek. Nadat Bahareh Goodarzi (VUmc) een lezing had verzorgd over de verloskundige als poortwachter van de Nederlandse geboortezorg, gaf Nele Beyens (UMC Utrecht) een lezing over de leiderschapstijl van Els Borst, die in twee achtereenvolgende kabinetten Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is geweest.

Na de theepauze werden de schijnwerpers gericht op het medisch-historisch onderwijs. In zijn keynote lecture plaatste Philip van der Eijk (Humboldt Universität Berlijn) het medisch onderwijs in internationaal vergelijkend perspectief: hij belichtte de eigenaardigheden van het onderwijssysteem in achtereenvolgens het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland. Daarna presenteerden Eddy Houwaart en schrijver dezes elk een door hen geschreven hoofdstuk, respectievelijk over medische technologie en de arts-patiëntrelatie. Nadat twee studenten geneeskunde – Kim Luijken en Ivo Soliman – hun positieve leeservaringen met het publiek hadden gedeeld, bood Harry Hillen het eerste exemplaar van het leerboek aan Peter de Leeuw en Reina de Raat aan, waarna de borrel wachtte.

 

Tijdens de boekpresentatie vertelden twee studenten geneeskunde – Ivo Soliman en Kim Luijken – over hun leeservaringen
1
/
3
De homogemeenschap vraagt om onderzoek in plaats van hysterie (foto uit het Leerboek)
Angst en verzet tegen de pokkenvaccinatie (foto uit het Leerboek)
Arts en patiënt met elkaar verbonden door iPhone en ‘de cloud’ (foto uit het Leerboek)