Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis

De Société Française d’Histoire de la Médecine

17 januari 2019, door Teun (dr. T.W.) van Heiningen
1
/
2

Samenstelling van de huidige populatie van de SFHM

 

De Société Française d’Histoire de la Médecine (SFHM) bestaat inmiddels 116 jaar en heeft binnen Frankrijk een goede naam. Men kan haar beschouwen als een goed geoliede machine. Er bestaat een duidelijke band met andere gelijkwaardige en bijna even oude genootschappen, waaronder die van de geschiedenis der farmacie, de geschiedenis der tandheelkunde en de geschiedenis der veeartsenijkunde. Daarnaast is er van oudsher ookeen duidelijke band met de ‘Académie Nationale de Médecine’ (Parijs). De SFHM telt ongeveer 350 leden en heeft elke maand een aanwas van 3 tot 5 leden. De leeftijdsopbouw is gunstig, er stromen zowel jonge leden/studenten in en reeds gevestigde academisch geschoolde en praktiserende beroepsbeoefenaren in, als ook gepensioneerde medici, farmaceuten en tandartsen.

 

Gezamenlijke activiteiten van de hierboven genoemde genootschappen

 

Met enige regelmaat treffen de hierboven genoemde verenigingen elkaar en worden er voordrachten gehouden over onderwerpen, waarmee die verenigingen vertrouwd zijn.

 

Het sterke punt van de SFHM

 

Een sterk punt is de regelmaat waarmee de bijeenkomsten worden georganiseerd (oktober tot en met juni) en de vaste tijden waarin de voordrachten, als onderdeel van een vergadering, eens per maand in Parijs worden georganiseerd. Deze vinden gewoonlijk plaats in de periode oktober tot en met juni en kennen een vaste programma-opbouw: opening door de voorzitter, voorlezing van de notulen, mededelingen over actuele zaken, presentatie van recent door leden gepubliceerde boeken en de presentatie van kandidaat-leden (voorgesteld door een tweetal leden, die daarbij als ‘peetvader’ (‘parrain’) optreden. De namen van de kandidaat leden worden tijdig schriftelijk aan de secretaris-generaal meegedeeld. Daarbij wordt kort vermeld, welk interessegebied van de geschiedenis der geneeskunde zij in het bijzonder willen bewerken, of waarnaar hun belangstelling uitgaat. Ook worden de beroepsmatige betrokkenheid, de plaats waar zij werken en de publicaties die zij reeds op hun naam hebben staan, in de toelating betrokken. De kandidaat-leden worden (als regel) in de volgende bijeenkomst met meerderheid van stemmen gekozen. Hierna volgen er gemiddeld vier voordrachten, telkens van ongeveer 20-25 minuten met erna een discussie. Een voordeel is dat de meeste der aanwezigen, in Parijs of in de omgeving daarvan wonen.

 

Belangrijk bindend element

 

Een belangrijk bindend element is de uitgave van het driemaandelijkse tijdschrift ‘Histoire des Sciences Médicales, dat voor het eerst in 1902 verscheen. In dit tijdschrift is ook ruimte voor informatie over bijeenkomsten, die elders in het land worden gehouden en ook voor evenementen die door de ‘BIUM’ (Bibliothèque interuniversitaire de Médecine/Université Paris Descartes, 12 rue de l’École de Médecine, 75006 Paris, France) worden georganiseerd. De BIUM verleent ook belangrijke technische ondersteuning aan de SFHM. Daarnaast vergadert de SFHM in elk geval eens per jaar op een locatie elders in Frankrijk. Zo hield men in oktober 2017 een thema-congres binnen de muren van de Université de Strasbourg en volgde van 14 tot en met 16 juni een dergelijk evenement in Monthou-sur-Cher (ten Z. van Blois), in Midden Frankrijk. Voor juni 2019 is een wetenschappelijk congres gepland in Bordeaux (Gironde). In de deze bijeenkomsten is wel sprake van een coherent thema.
Om een en ander te kunnen bekostigen, wordt een jaarlijkse contributie geheven. Deze bedraagt op dit moment € 135,00 voor leden gevestigd binnen de Europese Unie (daarbuiten is het duurder). Het lidmaatschap alleen kost € 50,00 en een abonnement op het tijdschrift kost € 85,00. Studenten jonger dan 28 jaar ontvangen reductie. Gemiddeld worden de bijeenkomsten bezocht door ongeveer 60 leden. Daarnaast zijn ook toehoorders welkom. Op een enkele uitzondering na vinden de bijeenkomsten plaats in de ‘Salle du Conseil de l’Ancienne Faculté de Médecine’ (ook op 12, Rue de l’École de Médecine).

 

De leden stellen zelf een voordracht voor

 

Het feit dat leden zelf een onderwerp van een voordracht mogen voorstellen, doortoezending aan de ‘secrétaire des séances’, leidt ertoe dat de onderwerpen van devoordrachten niet altijd een duidelijke samenhang vertonen, wat onvermijdelijk is. Het ingezonden voorstel, compleet met een samenvatting van de voordracht, behoeft de goedkeuring van het bureau der SFHM.

Onlangs werden enkele organisatorische wijzigingen/verbeteringen doorgevoerd, die een positief effect zullen hebben op de uitstraling van de Société en van het tijdschrift, zoals de benoeming van een ‘Conseil scientifique international’, terwijl Pubmed Journals, ERIHplus, Refdoc.fr en LiSSa voor de bredere en internationale bekendheid van de inhoud van het tijdschrift zorg dragen. In wezen heeft deze verandering ook tot gevolg dat de ontwikkelingin de richting van een ‘peer-reviewed’ tijdschrift is begonnen.

Nieuw is ook dat er sinds 2015 naast het papieren tijdschrift ook een elektronische versie (getiteld ‘e-sfhm’), waarin artikelen worden gepubliceerd die daartoe door inhoud en rijkdom aan afbeeldingen. Deze editie verschijnt zonder regelmaat.

 
 
Communicatie met de SFHM-leden

 

De secretaris-generaal en de ‘secrétaire des conférences’ zorgen elk binnen hun werkterrein voor de communicatie met de leden. Tien dagen voor een geplande bijeenkomst ontvangen alle leden via de mail van de secretaris-generaal organisatorische en inhoudelijke informatie, waaraan berichten van andere evenementen voor zover het vakgebied betreffend, zijn toegevoegd.

 

Communicatie tussen de SFHM en buitenlandse genootschappen

 

Sinds enige tijd is er vanuit het buitenland (België en Nederland) belangstelling getoond voor het aanknopen van betrekkingen met de SFHM. Van haar kant juicht de SFHM deze nieuwe inspanningen toe [Zie hiervoor ook punt 7]. Daarnaast is er ook regulier contact met de SIHM(‘Société Internationale d’Histoire de la Médecine’), een koepelorganisatie die in 1921 in Parijs werd gesticht. De buitenlandse relaties van de SFHM zijn, met uitzondering van de NVMG, de volgende:

 

  1. Société canadienne d’histoire de la médecine / The Canadian Society for the History of Medicine; Référent: Alexandre Klein, email: [email protected].

  2. Société Néerlandaise d’histoire de la Médecine; Référent: Teunis Willem van Heiningen; email: [email protected];

  3. Société Tunésienne d’Histoire de la Médecine; Référent: Chédina Leila Ben Youssef;email: [email protected];

  4. IHMCS: Institut de l’histoire de la médecine, de la chirurgie et de la santé; 361, rue Lecourbe, 75015, Paris (France).

 

Contact tussen de SFHM en buitenlandse genootschappen

 

Het bestuur van de NVMG heeft begin oktober 2017 ondergetekende, als lid van de NVMG uitgenodigd om als contactpersoon op te treden tussen haar en de SFHM teneinde de betrekkingen tussen beide genootschappen te (helpen) ontwikkelen. Deze uitnodiging is gaarne aanvaard, terwijl de SFHM heeft laten blijken via ondergetekende gaarne betrekkingen te willen aanknopen, zoals ook blijkt uit de briefwisseling tussen Dr. Timo Bolt (secretaris van de NVMG) en ondergetekende en via deze met de SFHM, bij monde van Dr. Pierre Thillaud (oud-president van de SFHM en ‘délégué aux affaires extérieures’). Uiteindelijk hoopt de SFHM op de gezamenlijke organisatie van een wetenschappelijke bijeenkomst (over enige jaren ?) ergens aan of in de buurt van de Noordzeekust op een locatie met culturele mogelijkheden, waarbij moet worden gedacht aan een voor beide organisaties interessant en overkoepelend thema, de geschiedenis der geneeskunde betreffend, ook al heeft Kees Graamans (bestuurslid NVMG) laten weten dat het NVMG-bestuur deze laatste onderneming nog als een ‘brug te ver’ ziet. Tot die tijd moet worden gedacht aan de uitwisseling (langs elektronische weg) van informatie die betekenisvol is voorbeide partners in dit bilaterale vriendschapsverdrag, zoals de eerder genoemde ‘délégué aux affaires extérieures’, inmiddels ook heeft geconcludeerd.

 

Tot slot: overeenkomsten tussen de SFHM en de NVMG

 

Het doel van de SFHM is het bijeenbrengen van beoefenaren en geïnteresseerden in de geschiedenis der geneeskunde, tandheelkunde en farmacie, alsmede het wereldkundig maken van de teksten van de in de maandelijkse bijeenkomsten gehouden voordrachten door haar leden (altijd geschreven in het Frans en met samenvattingen in het Frans en het Engels), aangevuld met de inhoud van voordrachten door deskundigen, die voor dergelijke bijeenkomsten kunnen worden uitgenodigd (zie ook punt 8). Dit kenmerkt ook het probleem: Het overgrote deel van de SFHM-leden (zeker de 45+ ers) spreekt alleen Frans en drukt zich bij voorkeur daarin uit en met hoge uitzondering ook in het Engels of in het Duits. Voor het overgrote deel van de NVMG-leden zal de communicatie in het Frans grote problemen geven.De SFHM heeft een lange historie en daardoor ook een stabiele, evenwichtige en weldoordachte organisatiestructuur. De nog erg jonge NVMG onderhoudt wel betrekkingen met andere organisaties op het gebied van de (geschiedenis der) geneeskunde, maar deze zijn sporadisch (zoals met de ‘Stichting Historia Medicinae’, met de KNMG en met het NTvG), zie bijvoorbeeld de jaarlijkse DOMUS MEDICA-dag.

Een overeenkomst is ook dat beide genootschappen/verenigingen zich met kracht inzetten voor het behoud van het onderwijs in de geschiedenis der geneeskunde, zoals dit wordt/werd onderwezen aan de universiteiten.

 

Bestudeert u eens de webiste van de SFHM: http://www.biusante.parisdescartes.fr/sfhm/

1
/
2
Het tijdschrift Histoire des Sciences Médicales
Félix Vicq d'Azyr. Frontispice du Traité d'anatomie et de physiologie (F-A Didot, 1786)