Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis

De aanval op de tandworm

14 december 2018, door Wiel van der Mark
1
/
2

Een unieke benadering en interpretatie van medisch erfgoed door het analyseren,  reconstrueren en verbeelden van een middeleeuwse tandheelkundige behandeling.

 

Eerder verschenen in EXARC Journal Issue 2016/3

http://journal.exarc.net/issue-2016-3/int/attack-tooth-worm

 

Het is het jaar 1350 in Gravendam, het middeleeuwse stadje in museumpark Archeon in Nederland. Er is veel commotie op straat als  de meester meubelmaker, Jan, schreeuwt van de tandpijn. Meester Willem staat hem al op te wachten, de barbier chirurgijn zal, zoals hij dat geleerd heeft, het probleem met de nodige voorzichtigheid, maar ook met vastberadenheid aanpakken. 

 

In dit tweede artikel over middeleeuwse medische behandelingen in Archeon wordt de oorzaak van een gat in de tand en de behandeling van dit medisch probleem beschreven en geïnterpreteerd.  Van belang is dat antieke genezers geen idee hadden dat tandcariës de oorzaak was van tandbederf en dus gaten in de tanden. Ze keken vooral naar het evenwicht tussen de humeuren en zochten de oorzaak in een disbalans.

 

De belangrijkste middeleeuwse bron

Voor deze reconstructie gebruikten we het handboek Cyrurgia geschreven door de Vlaming Jan Yperman (circa 1265-1335), die werd geboren in Ieper. Er is weinig bekend over deze chirurgijn, omdat de archieven van zijn geboortestad verloren gingen in de Eerste Wereldoorlog. In het vierde hoofdstuk van de Cyrurgia dat handelt over de mond beschrijft hij kiespijn en de oorzaken en behandelingen ervan.

De oorzaak van tandbederf met gaten

Yperman vermeldt dat een van de oorzaken van gaten in tanden stagnatie van slijm is,  de koude en natte humor. Onze interpretatie is dat deze mening gebaseerd is op de observatie in de natuur van wormstekige vruchten zoals appels in een boomgaard. Volgens de idee van de humorenleer wordt slijm gemaakt in het hoofd,  het slijm zakt naar beneden en kan stil blijven staan in de kaak, hierdoor ontstaat er verrottting. Daar kunnen, zoals Yperman zegt, soms wormen door ontstaan (immers in niet alle appels in een boom ontstaan wormen). Deze wormen vreten zich een weg naar buiten vanuit het kaakbot en er ontstaat naar verloop van tijd een gat in een tand of kies. Dat verklaart de typische tandpijn. Als de wormen zich bewegen dan heb je helse pijn en als ze stil liggen dan voel je niets.

 

Het trekken van tanden

Yperman waarschuwt dat het trekken van tanden terughoudend verricht moet worden; hij zegt hierover: als er gaten in tanden zitten die pijn veroorzaken maar waarbij de tand niet loszit, dan mag deze tand niet zomaar getrokken worden. Hij waarschuwt dat dit kan leiden tot ernstige complicaties met vaak een fatale afloop.
Hij vervolgt: En als ze blijven leven is er vaak een kaakabces en botsplinters uit het kaakbeen. Fistels ontstaan ​​in het kaakbeen en de kaken blijven voor altijd dik. Maar als de tanden los zitten, dan is er geen probleem. Dus trek de tanden niet als ze nog vastzitten.
Volgens onze interpretatie is extractie van tanden of kiezen zonder de goede pijnbestrijding en met primitieve middeleeuwse instrumenten een traumatische en gevaarlijke aangelegenheid. 

 

Foto: Vera Bos

 

Hoe dan wel te behandelen?

De chirurgijn adviseert om een ​​kleine ijzeren pijp te gebruiken waarin een ijzeren naald is ingebracht.  Deze naald dient gloeiend heet gemaakt te worden en in een medicinale olie gedoopt te worden. Vervolgens wordt de buis met naald op het gat geplaatst en wordt de hete naald enkele keren in het gat gedreven. De olie is samengesteld vooral gevlekte scheerling en marjolein. Marjolein (Majorana hortensis) werd gebruikt bij krampende pijnen. Gevlekte scheerling (coniine) was een populaire en mythische vergif; Socrates pleegde hier zelfmoord mee. Zowel de Griekse Scribonius Largus en Dioscurides adviseerden het gebruik van gevlekte scheerling.
In de idee van de humorenleer waarbij je altijd met tegenovergestelde kwaliteiten moet behandelen is de werkwijze van een hete naald behandeling logisch om de koude worm te doden, zeker in combinatie met de door de oude wijzen geadviseerde druppel gevlekte scheerling in olie. Een moderne interpretatie van de behandeling zou kunnen zijn dat met name de zenuw wordt vernietigd door de gloeiend hete naald. Wanneer na enige tijd, de tand los gaat zitten kan deze verwijderd worden zonder de bovengenoemde complicaties.

 

Over de oorzaak van tandbederf

Oude heelmeesters hadden geen idee wat cariës was, ze hadden zogezegd alleen zorgen om het behoud van het evenwicht tussen de lichaamssappen.  De vraag is of tandbederf vaak voorkwam in de Middeleeuwen, dit vroeg ik me af omdat het gebruik van tandenborstels vrijwel niet voorkwam: was er dus weinig reden hiertoe en was er weinig sprake van tandplaque?!

Statistische analyse was er niet in de oude geneeskunde. De enige manier om een idee van de prevalentie van tandbederf te krijgen is door archeologisch onderzoek van opgegraven skeletten. De bioarchaeologische studie van middeleeuwse graven op de site van St Mary Spital in London (Conell et al. 2012) beschrijft meer dan 10.000 skeletten, daterend tussen 1040 en 1539. Het middeleeuwse klooster met ziekenhuis van St Mary Spital werd gesticht rond het jaar 1197 en had de zorg voor de armen en pelgrims, ouderen en zieke mensen. De opgegraven lichamen van de site werden door de osteoarcheologen zorgvuldig onderzocht op tekenen van ziekten en letsel. Begrafenissen werden verdeeld in vier chronologi sche periodes: Periode 14, circa 1120- 1200; Periode 15, circa 1200-1250; Periode 16, circa 1250 1400 en de periode 17, circa 1400-1539 (Conell xix).

 

 

Ziekten van tanden, en daardoor tandbederf, zijn ook onderzocht en beschreven. Dit geeft een nuttige indicatie van de prevalentie van tandcariës en als zodanig, hebben een aantal opmerkelijke cijfers (Conell: 40-46) geproduceerd: In alle vier de periodes was de cariës tarief 8,6-13,3%, een gemiddelde van 9,2% die in 8040 van 87,315 tanden; In alle vier de periodes was gemiddeld 10,3% zijn in 7604 van 71,883 tanden de cariës tarief bij volwassenen; In alle vier periodes de cariës tarieven in sub volwassenen was gemiddeld 4,1% is in 636 van 15,432 tanden. Cariës hoogste frequentie zich in de wang tanden en de eerste kies, gevolgd door de tweede en derde molaren. Het aantal gevallen van cariës bij volwassenen is gestegen van 8,6% in de periode van 14 (c 1120-1200) zijn 558 van de 6515 tanden tot 13,3% in periode 17 (c 1400-1539) zijn 1198 van de 9020 tanden. Het aantal van cariës bij volwassenen aanzienlijk toegenomen van 10,3% in de periode van 16 dat 4047 van 39.143 tanden tot 13,3% voor de periode 17 zijn 1.198 van 9.029 tanden. Statistisch gezien is het percentage tandbederf in deze eeuw wereldwijd ongeveer 40%.

 

Conclusie

De reconstructie van deze medische behandeling uit de middeleeuwen kan niet worden beschouwd als een nauwkeurige archeologisch of medisch experiment. De behandeling kan uiteraard niet worden uitgevoerd op mensen. Echter, de vertaling van de middeleeuwse teksten geïnterpreteerd volgens de antieke idee van de humorenleer en de moderne statistische gegevens over tandbederf vroeger en nu geven een logisch beeld van dit stukje middeleeuwse tandheelkunde weer.

 

W.A.M.A. (Wiel) van der Mark [email protected]

Verpleegkundige

 

Dankwoord

Ik wil mijn dank uitspreken aan Dr Mike Young, BA BDS MSc, tandarts en auteur en Dr Kirsti Hänninen, archeobotaniste werkzaam bij BIAX Consult,voor de review op dit artikel.

 

Literatuur

ANTWERP, W.V. Printed around 1500. Herbarius in Dytsche. http://volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/Dyetsche/Den%20Herbarius%20in%20Dyetsche.htm

BENNION E. 1986. Antique Dental Instruments. Sotheby’s Publications.

CONNELL B., JONES A.G., REDFERN R.,  and WALKER D. 2012. “A bioarchaeological study of medieval

burials on the site of St Mary Spital. Excavations at Spitalfields Market, London E1, 1991-2007” Published by Museum of London Archaeology.

DAEMS W.F. 1973.Geneeskruiden Van gifplant tot geneesmiddelLittera Scripta Manet. Gorsel.

HASSELT, M van, et al. 2015. Live Interpretation in Archaeological Open-Air Museums. Do’s and Don’ts of including Live Interpretation as part of the visitor experience. Alphen a/d Rijn: Archeon.

KANNER L. 1936. Folklore of the teeth. Yankton State Hospital South Dakota The Macmillan Company: New York.

LAMMERS-KEYSER YVONNE M.J. 2005. Scientific Experiments: a Possibility?: Presenting a General script for Experimental Archeology. EuroREA(2).

LEERSUM E.C. 1912. Cyrurgia Master Jan Yperman. The manuscripts of Brussels, Cambridge, Ghent and London. Edited by E.C. Leersum, professor at Leiden. Leiden A. W. Sijthoffs Done unto me.

ROSEMAN LEONARD D. 2005. The Major Surgery of Guy de Chaulliac (English Translation). Xlibris

SIEBELINK HANS G. 2010. De Humorenleer; over de geneeskunst van de late middeleeuwen in de Lage Landen. Zoetermeer Free Musketeers.

SPINK M.S and G.I. LEWIS. 1973. Albucasis on surgery and instruments : a Definitive Edition of the Arabic text with English translation and commentary. The Wellcome Institute of the History of Medicine: London.

VERDAM J. 2001. Middelnederlandsch Woordenboek. Leiden:  Martinus Nijhoff.

WIKIPEDIA “Dental caries” https://en.wikipedia.org/wiki/Dental_caries#Epidemiology

 

1
/
2